| Samenvatting Sociale wetenschappen |
| Geschreven door Administrator - 20 september 2010 |
|
Kort samengevat worden in het Sociaal Wetenschappelijke essay van Albert Cath de volgende kwesties besproken: Er wordt in het essay een analyse gegeven van de rol en betekenis van de sociale wetenschappen in relatie tot klimaatverandering. Laten we deze oogst nog kort de revue passeren. In het essay wordt getoond dat het debat over klimaatverandering vanuit een sociaal wetenschappelijke bril beschouwd, sociale verandering en participatie hoog op de agenda plaatst. Deze veranderingen vinden ook plaats buiten de specifieke context van klimaat, maar hebben daar wel invloed op, vooral waar het handelingsperspectief van belang wordt. Vervolgens is via de Maslow piramide, die menselijke behoeften en keuzes hiërarchiseert, het debat over menselijke keuze geproblematiseerd in de bredere context van de westerse denktradities. De Maslow piramide is daar immers het product van en een belangrijke leverancier van sociaal-culturele beelden in het klimaatdebat. Betoogd is dat het klimaatvraagstuk in relatie tot menselijke keuze contextgebonden zijn en niet universeel. Er is geen schone lei. Gebeurtenissen vinden plaats in een specifiek, lokaal historisch proces en zijn niet omkeerbaar. Hierbij wordt ook de strikte scheiding tussen subject en object in de sociale wetenschappen, en daarmee het universalisme en de objectiveerbaarheid van de waarheid verlaten. Anders gezegd, de waarneming van het object van studie wordt beïnvloed door de waarnemer en omgekeerd. De individuele behoeftes en begeertes en daaruit voortkomende keuzes zijn ingebed in verschillende culturen die mede door anderen wordt geproduceerd. De basisbehoefte van de mens is interactie en participatie, en zo wordt de samenleving steeds weer geproduceerd. Een utopische, universele visie op die samenleving wordt daarmee geproblematiseerd, zonder te vervallen in een dystopie. Vervolgens is een meer complexe kijk op het klimaatprobleem besproken. Klimaatverandering is immers volgens vriend en vijand een complex vraagstuk en dient daarom als zodanig behandeld te worden. Sociaal-culturele diversiteit, verscheidenheid van vertooglogica’s, tijd en context kunnen door een complexe framing van het klimaatprobleem een belangrijke rol spelen in het ontwikkelen van nieuwe kennis en inzichten en daaraan gekoppelde handelingsperspectieven. Hiermee komt de instrumentele, kwantitatieve, objectiveerbare benadering van de natuur en de samenleving ter discussie te staan. Governance, waarbij samenwerking, tussen verschillende stakeholders om de problemen op te lossen, voorop staat omdat één partij niet voor de oplossing kan zorgen, biedt meer mogelijkheden om de complexiteit van de klimaatproblematiek te verdisconteren. De governance principes blijken echter in de praktijk nog wennen voor vele gevestigde instituties. Gevestigde instituties die meer en meer in een institutionele leegte staren als het aankomt op effectief klimaatbeleid. Deels omdat men nog moeite heeft met een integrale, en dus complexe framing van de klimaatproblematiek en deels omdat men weinig zicht heeft op zwakke signalen in de samenleving, die in toenemende mate op verrassende locaties ontstaan. De gezaghebbendheid van de instituties staat hierdoor steeds meer onder druk. De diversiteit aan sociale en culturele modellen van de netwerksamenleving wordt nog maar in geringe mate institutioneel verwerkt. Dit wordt mede veroorzaakt door het ontberen van een bril met complexiteitglazen in het montuur. En dan zijn de lange infrastructurele en sociaal-culturele voorrijtijden die in acht dienen genomen te worden bij de langetermijn besluitvorming, klimaatverandering is immers een lange termijn probleem, niet compatibel met de korte termijn afstelling van de maatschappelijke vizieren. De kwestie van gezaghebbendheid in relatie tot korte termijn denken werkt door in het kennisdebat ten aanzien van klimaatverandering. De grote mate van kennisonzekerheid en hier en daar onwetendheid, gecombineerd met een wankel evenwicht tussen kennis en beleid werkt tot op heden destabiliserend in het klimaatdebat. Kennis en beleid zijn enerzijds wederzijds afhankelijk, produceren elkaar, en kennen beide een ideologische, waardengeladen positie, maar claimen anderzijds zoveel mogelijk een onafhankelijke positie. En dat wringt. Zeker als het helderheid van visie en handelingsperspectief betreft. Ook is het kennisdebat ten aanzien van klimaatverandering besproken. Hierbij is gewezen op de sociaal-culturele dimensie van kennis bij de verschillende stakeholders. Een kennisgebaseerde communicatie voldoet niet bij een complex probleem als klimaatverandering. Een transdisciplinaire benadering lijkt geboden. Ook hier staat een instrumentele, kwantitatieve benadering van kennis op de tocht. Deze benadering leidt regelmatig tot een wetenschappelijke en maatschappelijke sur place. Een meer reflexieve kennisproductie biedt uitkomst, vooral als het een ongetemd, complex vraagstuk betreft. Het is, idealiter, een dialogisch en reflexief proces tussen alle stakeholders waarbij de mogelijkheid tot gemeenschappelijk betekenis creëren door te luisteren, te vertalen en te interpreteren vergroot wordt. In deze andere manier van kennis- en beleidproductie dient de sociaal-culturele context ingebracht te worden. Participatie in relatie tot complexiteit maakt de koppeling tussen centraal opgelegde handelingsperspectieven en gedecentraliseerde kennis en praktijken weer mogelijk. Hiermee wordt de lineaire, volgordelijke, wetenschap-beleid-praktijk cyclus doorbroken. Deze scheiding tussen verschillende aggregatieniveaus en discoursen, en volordelijkheid van handelen, werkt wellicht bij een overzichtelijke, ingewikkelde, problematiek, maar is een illusie bij complexe vraagstukken zoals klimaatverandering. Samengevat, door klimaatverandering te beschouwen als een autonoom en geïsoleerd probleem, ontkoppeld van andere maatschappelijke ontwikkelingen en hanelingspraktijken en eenzijdig gekoppeld aan de traditionele klimaatinstituties, zal de complexe implementatie van duurzame oplossingen sterk bemoeilijkt worden. Het herstel van deze koppeling is een belangrijke voorwaarde om de aanwezige complexiteit in het systeem te verdisconteren, en het adaptieve vermogen van het systeem op peil te houden. In het ‘framing van klimaatverandering’ hoofdstuk is een integrale benadering van het klimaatvraagstuk voorgesteld. Een eenzijdige milieu- of energieframing ontkent de fundamentele complexiteit van het vraagstuk. Door een integrale framing wordt de maatschappelijke betrokkenheid en participatie vergroot, en de koppeling met de (lokale) praktijk hersteld. Een integrale framing maakt ook een verscheidenheid aan handelingsrichtingen mogelijk, waardoor ook de burger een perspectief geboden wordt. Tevens is de waterscheiding tussen de instrumentele, descriptieve, kwantitatieve framing en de interpretatieve, kwalitatieve framing binnen de sociale wetenschappen besproken. De eerste formuleert vooral haar vragen en handelingsperspectieven op een macroschaal, terwijl de interpretatieve benadering haar waarde vooral bewijst op microschaal. Op mesoniveau ligt er een hiaat, waar noch een generieke, kwantitatieve benadering, noch een specifieke, kwalitatieve benadering uitkomst biedt. Deze zogeheten mesogap is dan ook de grote uitdaging voor de sociale wetenschappen, omdat op het mesoniveau veel kansen op handelingsperspectief liggen, die het verschil kan maken. Ten slotte is de voorgrond-achtergrond kwestie belicht. Wat wordt in het klimaatdebat benadrukt en wat wordt verzwegen, verhuld en naar de achtergrond gedrukt. Sociale organisatie in relatie tot klimaatverandering wordt over het algemeen als een vanzelfsprekendheid gezien. De vraag naar wat sociale organisatie is, hoeft niet meer gesteld te worden. Het gaat dan nog alleen om de instrumentele hoe vraag van organisatie en organiseren. In het hoofdstuk over sociale organisatie wordt de vanzelfsprekendheid van de wat (is organisatie) vraag doorbroken en geproblematiseerd. In de eerste plaats door complexiteit van sociale organisatie weer naar de voorgrond te halen. Hierbij wordt de zoektocht naar orde en beheersbaarheid, en hoe deze op de meest efficiënte manier te bewerkstelligen is, weer gekoppeld aan de inherente wanorde van organisatie. Orde en wanorde zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden en hebben beide, als tegengesteldheden, betekenis. Teveel orde of wanorde leidt tot desintegratie van sociale organisatie. In de interactie tussen wanorde en orde wordt sociale organisatie geproduceerd die adaptief kan zijn onder complexe condities. In de tweede plaats wordt een onderscheid gemaakt tussen ingewikkeldheid en complexiteit van sociale organisatie. Ingewikkeldheid wordt geconstrueerd in onze pogingen complexiteit zoveel mogelijk tegen te gaan. Het gaat hier om de papieren werkelijkheid van modellen en protocollen. Deze steeds verdergaande industrialisatie, door middel van protocollering, standaardisatie, objectivering en modellering van sociale organisatie, maakt sociale organisatie steeds minder effectief in relatie tot haar oorspronkelijke doelstellingen. Onder complexe condities, bij een ongetemd probleem, verliezen standaardoplossingen en pakketten van maatregelen snel hun effectiviteit. Dit wordt mede veroorzaakt doordat kleine zwakke signalen, plotsklaps uitvergroten. Deze disproportionaliteit tussen oorzaak en gevolg, oorzaak en gevolg zijn zo vervlochten dat ze niet meer te herleiden zijn, is een belangrijk kenmerk van complexe sociale systemen. Ongetemde problemen kunnen dus niet tegemoet getreden worden met een instrumentarium dat nog wel werkzaam is onder condities van ingewikkeldheid. Het instrumentarium dat top down een ingewikkeld probleem als bij voorbeeld ozondepletie door drijfgassen uit spuitbussen kundig uit de wereld heeft geholpen, kan niet zonder meer ingezet worden bij een complex probleem als klimaatverandering. Daarmee komt een versimpelde framing van klimaatverandering als een uit de hand gelopen milieuprobleem, zoals ozondepletie en zure regen wel zijn, ook te vervallen. Onder complexe omstandigheden is de contextgebondenheid van gebeurtenissen cruciaal in het formuleren van een handelingsperspectief. Dat betekent onder andere dat het schaal- en aggregatieniveau waaronder maatregelen worden genomen er toe doet. Voortbouwend op de redenering van het essay, worden een vijftal handreikingen gegeven die in de volgende fase van het Matrix project bruikbaar zijn voor het uitwerken van handelingsperspectieven. Kort samengevat komen ze op het volgende neer: De Sociale Wetenschappen (SW) spelen een belangrijke rol in de (her)contextualisatie van klimaatverandering. Wat in de ene context werkt en serieus genomen wordt, kan geplaatst in een andere context belachelijk en onwerkelijk zijn. Individuele rationaliteiten kunnen eindigen in collectieve dwaasheid. Klimaatverandering biedt zodoende een referentiekader voor sociale verandering, door haar in wisselende contexten te duiden. In de tweede plaats bepaalt framing van klimaatverandering in grote mate het handelingsperspectief dat voor de oplossing van klimaatverandering wordt gekozen. De SW spelen een belangrijke rol in het onderzoeken en duiden van de betekenis van verschillende framings die al dan niet bewust gehanteerd worden. In de derde plaats is Klimaatverandering een kader voor ingrijpende sociaal-culturele en economische veranderingen. Duurzame ontwikkeling plaatst samenlevingen ook voor sociale en culturele veranderingen en dat biedt het klimaatveranderingvraagstuk speelruimte om andere onderwerpen die de agenda bepalen, mee te laten koppelen. In de vierde plaats zijn de individuele behoeftes en begeertes ingebed in een cultuur die mede geproduceerd wordt door anderen. De basisbehoefte van de mens is communicatie over en weer en participatie, en daarmee wordt de samenleving geproduceerd. Deze participatie verloopt deels via nieuwe patronen onder invloed van de nieuwe media. De consequentie van deze redenering is dat de kennisgebaseerde aanpak aangevuld dient te worden met een sociaal-culturele procesaanpak. Kennis(productie) is daarmee niet louter een hiërarchisch managementprobleem, maar een sociaal-cultureel participatieprobleem. Bij complexe vraagstukken als klimaatverandering dient dus ook de gehele sociaal-culturele context ingebracht te worden. Tenslotte behoeven complexe, ongetemde problemen een andere aanpak, organisatie en framing dan ingewikkelde, getemde problemen. Omgaan met complexiteit staat nog in de kinderschoenen, speelt zich af in de marges van wetenschap, beleid en praktijk. De verbinding tussen hoofd en hand, tussen theorie en praktijk dient weer hersteld te worden. Er is sprake van een institutionele leegte waar het complexe problemen betreft in de samenleving. Hoog tijd dat de Matrix, naast vele andere handelingsperspectieven, een (inter)nationale, transdisciplinaire onderzoeksagenda organiseert met als werktitel ‘Klimaatverandering vanuit het complexiteitsperspectief’. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de consequenties die de fundamentele complexiteit van het klimaatverandering vraagstuk heeft voor onderzoek en beleid. Uitgangspunt bij deze agenda is de integrale framing van klimaatverandering en de inzet en ontwikkeling van complexiteitsconcepten en daarbij horende handelingsperspectieven. Hiermee kan dan tevens de geconstateerde mesogap, het hiaat tussen topdown macro aanpak van problemen en bottom-up microaanpak van problemen, geadresseerd worden. |
Laatste artikelen
-
20-09-2010
Dwarsverbanden tussen de kennisdomeinen -
20-09-2010
Samenvatting Klimaatwetenschap -
20-09-2010
Samenvatting Ruimtelijke ordening -
20-09-2010
Samenvatting Sociale wetenschappen -
20-09-2010
Samenvatting Economie
