| Dwarsverbanden tussen de kennisdomeinen |
| Geschreven door Administrator - 20 september 2010 |
|
Klimaatverandering blijkt een katalysator te zijn van interdisciplinariteit. De verschillende specialistische kennisdomeinen binnen de wetenschappelijke disciplines worden weer in dialoog gebracht. Het meest aansprekende voorbeeld hiervan is de klimaatwetenschap zelf, waarin de verschillende natuurwetenschappelijke disciplines samenwerken. Maar ook in de andere kennisdomeinen, Ruimte, Economie en Sociale Wetenschappen werkt klimaatverandering als bindmiddel en integrator. Het is het daarom verstandig om ook te onderzoeken of er grensobjecten zijn tussen al deze kennisdomeinen, die de dialoog weer op gang kan brengen. Een van de doelstellingen van de Matrix was dan ook om dit onderzoek te activeren, in eerste instantie door de dialoog tussen de intendanten te voeden. In de volgende fase van de Matrix wordt in een koppeling voorzien met de praktijk waardoor transdisciplinariteit ruimte wordt geboden. Hieronder worden de dwarsverbanden tussen de verschillende essay’s uitgelicht. Dit is een eerste selectie van dwarsverbanden. In de eerste plaats valt op dat de stelling dat klimaatverandering een complex probleem is in alle essay’s als uitgangspunt wordt genomen. De grondslag van de complexiteit is kennisonzekerheid en handelingsonzekerheid. Hierbij is de framing van het probleem dus cruciaal. Met andere woorden op welke wijze definieer, presenteer en verwoord je deze onzekerheden. Een tweede dwarsverband is dat in alle essay’s naar voren wordt gebracht dat de abstracte analyses en modelleringen van de problematiek niet corresponderen met wat er in de praktische werkelijkheid afspeelt. Laten we dat de convergentie-divergentie problematiek noemen. Wat in de analyses tot convergentie zou moeten leiden, leidt in de praktijk tot divergentie. In de derde plaats wordt in de essay’s gewezen op ‘het verschil dat een verschil’ kan maken, waarbij tijdschalen en aggregatieniveauschalen waarop je ingrijpt er toe doen. Hierbij dient zich het probleem aan dat een maatschappij die is ingesteld op de korte termijn, in de problemen komt met de lange termijn van de problematiek. In de vierde plaats wordt in alle vier de verhalen verwezen naar de kloof die gaapt tussen macro en micro. Deze mesogap lijkt een witte vlek te zijn op de verschillende kaarten. Aan de ene kant de macrostories over klimaatverandering die vaak gevangen blijven in abstracte ‘key messages’ en modellering en de steeds aanzwellende reeksen microstories van individuen en groepen die klimaatverandering aan den lijve ondervinden. De start van deze microstorying kan geplaatst worden in de publicatie van het boek Silent Spring, ruim 40 jaar geleden. In dit mesogebied liggen kansen voor het verschil dat een verschil maakt, een gebied waar voldoende handelingsimpact mogelijk lijkt, ruimte blijft voor een grote mate van diversiteit van perspectieven en waar de expert weer van betekenis wordt. Hier is nog ruimte voor enerzijds de eerlijke makelaar, ruimtelijke ordening, de koppeling van economische efficiëntie en rechtvaardigheid en sociaal-culturele participatie. In het mesogebied kunnen zwakke, emergente signalen nog ‘gezien’ worden en van een impactvol handelingsperspectief worden voorzien. In de vijfde plaats wordt in de vier essay’s een lans gebroken voor enerzijds een integrale, complexe analyse van de problematiek en anderzijds voor eenvoudige leidende principes in de handelingspraktijk. In relatie tot handelingsperspectieven zal aansluiting gevonden moeten worden bij de verschillende staande sectorale praktijken. Het complexiteitsmotto ‘scheidt niet dwingend dat wat natuurlijk is verbonden, en verenig niet dwingend dat wat natuurlijk gescheiden is’ komt hier van pas. Ten slotte wordt Klimaatverandering in de verschillende essay’s vooral gepositioneerd als een organisatievraagstuk. De rode draad daarbij is het vraagstuk van herstel van koppeling tussen klimaatverandering, duurzaamheid en sociale verandering. Ten slotte De verschillende intendanten zijn in de context van de Matrix “gedwongen” geweest vanuit de eigen referentiekaders en vooronderstellingen naar de referentiekaders en vooronderstellingen van de ander te kijken. De confrontatie van de verschillende discoursen. Uitgenodigd om eens een wandeling te maken in andermans tuin. Dit heeft geleid tot vruchtbare discussies op het grensvlak van ongeloof en openbaring. De hierboven beschreven eerste inventarisatie van dwarsverbanden tonen dit. Op het grensvlak van kennisonzekerheid, probleemdefiniëring en handelingsonzekerheid, is een nieuwe metafoor in Nederland opgedoken om complexiteit te verwoorden: ‘met de kennis van toen; met de kennis van nu’. Anders gesteld: als ik toen geweten had wat ik nu weet, dan had ik anders gehandeld! We zouden daar nog aan toe kunnen voegen: ‘handelen met de kennis van morgen’. In deze retrospectieve analyses is het emergente, het plotsklapse vernieuwende, verwijderd. Er wordt coherentie toegeschreven. Besluitvorming vindt ook nadrukkelijk plaats tijdens, in de gebeurtenissen zelf. Ideeën, framings, veronderstellingen hebben consequenties en taal, verwoording is niet onschuldig. |
Laatste artikelen
-
20-09-2010
Dwarsverbanden tussen de kennisdomeinen -
20-09-2010
Samenvatting Klimaatwetenschap -
20-09-2010
Samenvatting Ruimtelijke ordening -
20-09-2010
Samenvatting Sociale wetenschappen -
20-09-2010
Samenvatting Economie
